De gidsen
Fien en Kas
Twee gidsen die het niet altijd met elkaar eens zijn. Dat is precies de bedoeling: samen zien ze meer dan alleen.
Fien
Haas. Kijkt vooruit.
Fien rent van de akkerrand naar de houtwal en terug. Zij ziet wat er boven de grond gebeurt: welke bloemen bloeien, welke vogels er zitten en waar het gevaarlijk is. Ze stelt vragen sneller dan ze antwoord krijgt.
- snel
- nieuwsgierig
- ongeduldig
Kas
Boomkikker. Wacht af.
Kas zit het liefst stil bij de poel en luistert. Hij weet wat er onder water leeft, waarom de bodem nat of droog is en hoe je iets vindt door juist niet te bewegen. Hij is de rem op Fiens haast.
- rustig
- oplettend
- eigenwijs
Hun verhaal
Fien en Kas wonen op hetzelfde stuk boerenland, maar ze zien er allebei iets anders. Fien kent het land van bovenaf: de randen, de paden, de lucht. Kas kent het van onderaf: het water, de modder, de wortels. Als ze samen op pad gaan, ontdekken ze steeds iets wat de ander over het hoofd zag.
In het lesmateriaal nemen ze de kinderen mee langs vier vragen: waar zijn alle bloemen gebleven, wat is het geheim onder de grond, waarom loopt het water soms weg, en wie woont hier eigenlijk allemaal? Elke vraag eindigt met een opdracht om zelf te doen.